Slim werken begint op je eigen plek
Over opvoeding, culturele verwachtingen en de vrijheid om te werken vanuit wie je bent
Sommige mensen raken op door hard te werken. Ze bewijzen zichzelf voortdurend, slikken spanning in en proberen aan onzichtbare verwachtingen te voldoen. Anderen raken juist vast in het tegenovergestelde, want hun functie biedt allang geen uitdaging meer en levert wel het salaris op waarmee de hypotheek betaald wordt. Ze bouwen niets meer op, groeien niet meer en blijven toch zitten waar ze zitten.
Beide situaties lijken elkaars tegenpolen, maar komen op hetzelfde neer. In geen van beide gevallen werk je nog vanuit je eigen plek. De één werkt vanuit de angst niet goed genoeg te zijn en de ander vanuit de angst om de zekerheid kwijt te raken. Allebei kosten ze energie, alleen op een heel andere manier. Wat daaronder ligt, kan samenhangen met wat je hebt meegekregen over wat werken behoort te betekenen, maar ook met een werkomgeving die onvoldoende ziet wat je waard bent.
Hard werken is niet hetzelfde als slim werken
Neem de ondernemer die ik begeleidde en die opgroeide in een gezin waarin presteren en de familienaam hooghouden vanzelfsprekend waren. Hij vergeleek zichzelf voortdurend met een neef die het in de ogen van de familie beter deed. Wat begon als de wens om iets moois op te bouwen, veranderde ongemerkt in een voortdurende behoefte om te bewijzen dat hij goed genoeg was. Zelfs toen hij zakelijk alles had bereikt, verdween die behoefte niet, omdat de maatstaf waaraan hij zichzelf beoordeelde steeds een stukje verder opschoof.
Of de vrouw die naast haar werk ook de zorg voor haar gezin, haar ouders en de verwachtingen van haar familie droeg. Ze verlangde naar financiële zelfstandigheid en de ruimte om haar eigen pad te volgen, terwijl ze tegelijk voelde dat ze de rol van goede dochter en goede moeder niet mocht laten vallen. Ze probeerde beide werelden volledig te vervullen, zonder ooit te onderzoeken welke verantwoordelijkheden werkelijk van haar waren.
Of de vakspecialist die jarenlang harder werkte dan wie dan ook, foutloze rapporten aanleverde en zich onmisbaar maakte voor haar afdeling, terwijl de leidinggevende functie telkens naar een mannelijke collega ging die minder ervaring had en zich luider liet horen in vergaderingen. In plaats van die scheve verdeling ter discussie te stellen, ging ze nog een tandje harder werken, alsof dat op een dag vanzelf zou bewijzen dat de functie eigenlijk al van haar was. Het gevecht om erkenning kostte haar uiteindelijk meer energie dan het werk zelf ooit had gedaan.
Deze verhalen laten zien waarom hard werken en slim werken niet automatisch samengaan. Hard werken zegt iets over inzet, terwijl slim werken ook gaat over de vraag hoeveel van die inzet naar het werk zelf gaat en hoeveel naar het gedrag dat je denkt nodig te hebben om erbij te horen, geaccepteerd te worden, veilig te blijven of goed genoeg gevonden te worden.
Wanneer verwachtingen ongemerkt je werk bepalen
Opvoeding, cultuur, financiële verantwoordelijkheid en een werkomgeving die je positie niet erkent, kunnen allemaal invloed hebben op wat je denkt te moeten laten zien om ergens bij te horen of gewaardeerd te worden. Die verwachtingen worden lang niet altijd hardop uitgesproken, maar ze kunnen jarenlang doorwerken in de vorm van bewijsdrang, een gevecht om erkenning of het vasthouden aan zekerheid.
Je hoeft je afkomst, je verantwoordelijkheden of je vakmanschap daarvoor niet los te laten. Je mag wel onderzoeken welke verwachtingen je met je meedraagt en welke daarvan nog werkelijk bij jou passen. Want zodra je werkt vanuit bewijsdrang, vanuit een gevecht om iets terug te krijgen wat eigenlijk al van jou was, of vanuit angst voor verandering, kost iedere taak meer energie dan nodig is.
Ook stilstaan kost energie
Niet iedereen die vastloopt, doet dat door te hard te werken. De andere vorm zie je minder vaak beschreven, maar hij komt wel degelijk voor op de werkvloer. Denk aan de leidinggevende die al jaren dezelfde functie bekleedt en precies weet hoe hij die zonder veel inspanning kan uitvoeren. Ooit had hij ambitie en zin om te groeien, maar nu haalt hij zijn schouders op wanneer er een nieuw project langskomt. Veilig voelt prettiger dan spannend en de vaste lasten wachten niet op een volgende carrièrestap. Wat begon als een verstandige keuze voor stabiliteit, kan zo een plek worden waar iemand zichzelf nauwelijks nog hoeft uit te dagen.
Langdurige onderbelasting, verveling en een gebrek aan betekenis in het werk worden ook wel in verband gebracht met bore-out. Het laat zien dat te veel belasting niet de enige weg naar uitputting is, want ook jarenlang op een plek blijven waar weinig meer beweegt, kan veel energie kosten.
Soms zit daar een ouder patroon onder. Vasthouden aan controle kan veilig voelen wanneer je hebt geleerd dat zekerheid iets is wat je vooral zelf moet organiseren. Wanneer er in het privéleven al genoeg verschuift, kan werk de ene plek worden die vertrouwd blijft, ook wanneer die plek allang geen uitdaging meer biedt. Zo kunnen passie en angst voor verandering elkaar steeds meer in de weg gaan zitten.
Autonomie begint bij teruggaan naar je eigen plek
Autonomie ontstaat wanneer iemand weer verantwoordelijkheid kan nemen voor zijn eigen plek, zonder voortdurend te hoeven reageren op wat er om hem heen gebeurt. In mijn werk zie ik hoe mensen verstrikt kunnen raken in een web van blinde vlekken, waardoor het overzicht vertroebelt en ze voor ze het weten vooral bezig zijn met wat anderen doen, verwachten of nalaten.
Vanuit die plek is vechten vaak de eerste reactie. Mensen gaan harder werken, meer uitleggen, nog beter hun best doen en proberen de controle te houden, of ze bewegen juist helemaal niet meer omdat iedere verandering onveilig voelt. De werkelijke beweging begint vaak ergens anders, namelijk bij het teruggaan naar je eigen plek. Wat is werkelijk van jou en welke verantwoordelijkheid hoort bij jou? En wat heb je onderweg overgenomen van een ander, van je familie, van je leidinggevende of van een omgeving die iets van je verwachtte?
Het is menselijk om vanuit overleven te gaan werken en te proberen alles vast te houden wat er is. Toch betaalt uiteindelijk iedereen daar een prijs voor, niet alleen degene die erin vastloopt, maar ook het team en de organisatie eromheen.
Emotionele veiligheid op de werkvloer vraagt om duidelijke posities
Wat ik daarnaast regelmatig tegenkom, is dat positie en verantwoordelijkheid op de werkvloer door elkaar gaan lopen. Een leidinggevende heeft vanuit zijn functie andere verantwoordelijkheden dan een medewerker en dat verschil hoeft gelijkwaardigheid niet in de weg te staan. Gelijkwaardigheid betekent voor mij niet dat iedereen dezelfde positie heeft, maar dat ieder mens serieus wordt genomen binnen de verantwoordelijkheid die bij zijn of haar plek hoort.
Wanneer een positie vooral wordt gebruikt om controle uit te oefenen, wanneer medewerkers verantwoordelijkheden gaan dragen die niet bij hen horen of wanneer niemand meer precies weet wie waarvoor staat, ontstaat er onrust. Juist daar raakt emotionele veiligheid aan structuur. Aan iedere functie hangen taken en verantwoordelijkheden vast en wanneer die grenzen steeds verder vervagen, ontstaat er chaos omdat mensen niet meer weten waar hun verantwoordelijkheid ophoudt en die van een ander begint.
Autonomie groeit wanneer je de verantwoordelijkheid die werkelijk van jou is ook bij jezelf kunt houden en tegelijkertijd kunt laten waar de verantwoordelijkheid van een ander begint. Vanuit die helderheid kan gedrag veranderen, waardoor bewijzen minder nodig wordt en aanpassen weer een keuze kan zijn in plaats van een automatisme. De energie die eerder wegvloeide naar overleven komt daardoor weer beschikbaar voor het werk waarvoor iemand oorspronkelijk koos, met behoud van ambitie, vakmanschap en een eigen tempo.
Je lichaam merkt vaak eerder dat iets niet klopt
Vaak belanden mensen en organisaties in een strijd die eerder voorkomen had kunnen worden. Voordat iemand uitvalt, een conflict escaleert of een medewerker besluit te vertrekken, zijn er meestal al signalen geweest. Die signalen zijn niet allemaal zichtbaar in cijfers, functioneringsgesprekken of verzuimpercentages, terwijl mensen lichamelijke signalen van spanning soms al veel eerder ervaren.
Dat kan zich uiten in slechter slapen, vermoeid thuiskomen terwijl het werk op papier niet zwaarder is geworden, een korter lontje, minder concentratie, tegen een vergadering opzien of steeds langer nodig hebben om na een werkdag weer tot rust te komen. Wanneer je die signalen serieus neemt, ontstaat er ruimte om eerder te onderzoeken wat er speelt en waar bijsturing mogelijk is. Wanneer je alleen vanuit je hoofd blijft proberen de situatie op te lossen of de strijd te winnen, kan die strijd juist verder groeien.
Daarom kijk ik in mijn werk niet alleen naar wat iemand vertelt, maar ook naar wat iemand in het lichaam ervaart. Juist de combinatie daarvan kan zichtbaar maken waar spanning ontstaat voordat die spanning het functioneren volledig gaat bepalen.
Preventie begint vóór de eerste barst zichtbaar wordt
Voor een organisatie loont het om af en toe buiten de protocollen te kijken en de mens achter het gedrag te blijven zien. Spanning die vroeg wordt opgemerkt en serieus genomen, biedt meer ruimte om bij te sturen dan wanneer een conflict inmiddels is uitgegroeid tot een langdurig dossier of een medewerker voor langere tijd uitvalt.
Dat vraagt om bedrijven met lef, bedrijven die bereid zijn patronen te onderzoeken voordat ze vastroesten. Daarvoor is lang niet altijd een grote verandering nodig, want juist kleine stappen die op tijd worden gezet kunnen voorkomen dat spanning zich steeds verder opstapelt.
Voor mij is dat preventie vóór preventie. Het betekent dat je eerder leert herkennen waar iemand van zijn eigen plek begint te bewegen en waar energie ongemerkt weglekt, nog voordat iemand tegen een burn-out of bore-out aanloopt, het ziekteverzuim stijgt of een arbeidsconflict op tafel ligt.
Rust op de werkvloer betekent daarbij niet dat er nooit spanning mag zijn. Het betekent dat mensen en organisaties spanning tijdig leren herkennen en ermee kunnen omgaan voordat die spanning de leiding overneemt.
Mijn manier van werken begint bij de mens
Veel trajecten rond verzuim, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid beginnen bij gedrag, protocollen en gesprekken. Die hebben hun eigen functie, maar mijn manier van werken begint op een andere plek. Ik kijk naar de mens achter het gedrag en naar wat iemand lichamelijk en emotioneel ervaart, omdat juist daar signalen zichtbaar kunnen worden die in een gesprek over functioneren gemakkelijk buiten beeld blijven.
Mijn ervaring als zelfstandig coach en trainer combineer ik met somatisch en emotioneel werken, zenuwstelselregulatie en begeleiding rondom werk en re-integratie. Daarnaast is mijn manier van kijken gevormd door mijn eigen ontwikkeling en door jarenlang te werken met mensen die zichzelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt in rollen, verwachtingen en verantwoordelijkheden. Daardoor ben ik niet alleen geïnteresseerd in wat iemand doet, maar vooral in wat eronder gebeurt, zonder iemand direct vast te zetten in een nieuw label.
Mijn blik blijft bovendien niet bij de medewerker alleen. Ik kijk naar de mens én naar de plek waarin die mens werkt, naar de verantwoordelijkheid die bij een positie hoort en naar wat leidinggevenden en organisaties kunnen doen om daar helderheid en emotionele veiligheid in te creëren. Verandering hoeft dan niet te betekenen dat iedereen harder zijn best gaat doen, maar dat mensen weer leren staan op de plek die werkelijk van hen is.
Vanuit die gedachte heb ik ook een spel ontwikkeld waarmee zichtbaar wordt waar iemand staat, waar iemand ongemerkt van zijn eigen plek is bewogen en wat nodig is om die plek opnieuw in te nemen. Het is bewust eenvoudig gehouden en vraagt geen urenlang systeemwerk, zodat het niet alleen inzicht geeft tijdens een sessie of training, maar ook toepasbaar blijft in een druk werkleven.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Waar verandering begint, verschilt per organisatie. Soms begint het bij één medewerker die al langere tijd signalen geeft, soms bij een leidinggevende die merkt dat een team steeds meer energie kwijt is aan onderlinge spanning. En soms is er nog helemaal geen zichtbaar probleem, terwijl de eerste signalen er al wel zijn.
Juist daar begint voor mij preventie vóór preventie, door eerder te leren herkennen waar energie weglekt, welke patronen daaronder liggen en wat mensen nodig hebben om weer vanuit hun eigen plek te kunnen werken.
Met de Menselijke APK kan dat gesprek laagdrempelig binnen een organisatie beginnen, in de vorm van een kort spreekuur waarin medewerkers kunnen onderzoeken wat er speelt voordat spanning zich verder opstapelt. Voor leidinggevenden en teams die verder willen, werk ik daarnaast met het spel, workshops, trainingen en retraites rond emotionele veiligheid, autonomie en het blijven staan op je eigen plek.
Slim werken gaat uiteindelijk over meer dan efficiënter werken. Het gaat ook over kunnen werken zonder voortdurend iets te hoeven bewijzen, bevechten of vasthouden wat niet meer bij je past, zodat de energie die je in je werk stopt ook werkelijk beschikbaar blijft voor het werk dat je wilt doen.
Benieuwd waar binnen jouw organisatie de eerste beweging mogelijk is? Neem contact met mij op, dan kijken we samen welke stap past.
Reactie plaatsen
Reacties