We spreken in organisaties veel over autonomie en eigenaarschap. Tegelijkertijd noemen we het weerstand zodra iemand zichtbaar spanning laat zien bij verandering.
Een medewerker die kritisch blijft, een team dat niet direct meebeweegt, iemand die stilvalt of juist in discussie gaat. We kijken naar gedrag en trekken een conclusie.
Maar wat als het geen weerstand is.
Wat als het een zenuwstelsel is dat al te lang iets draagt wat geen woorden heeft gekregen.
Ik werk met een cliënt die inhoudelijk sterk is, loyaal en betrokken. Zij neemt verantwoordelijkheid voor haar werk en voor de mensen met wie zij samenwerkt. Toch loopt zij al jaren vast binnen haar organisatie, niet door gebrek aan inzet of competentie, maar omdat zij zich op belangrijke momenten niet werkelijk gezien en gehoord voelt.
Dat is geen incident, maar een terugkerend patroon.
Wanneer de druk stijgt, doet zij wat ze altijd doet. Ze beweegt naar de ander toe, probeert uit te spreken wat er in haar omgaat en zoekt naar wederzijds begrip. Maar gaandeweg begint zij aan zichzelf te twijfelen. Heeft zij het verkeerd gezien. Vraagt zij te veel. Is zij te gevoelig.
Omdat zij zich niet serieus genomen voelt, ontstaat er iets wat ze moeilijk kan plaatsen. De frustratie die eigenlijk een gezonde grens aangeeft, krijgt geen duidelijke woorden. In plaats van uitgesproken te worden, slaat die naar binnen. Wat een grens had kunnen zijn, verandert in moedeloosheid.
Die moedeloosheid vertaalt zich in angst. Angst om opnieuw niet gehoord te worden. Angst om het gesprek nog eens te voeren. Haar lichaam draagt die spanning mee. De slaap verslechtert, de energie zakt weg en uiteindelijk volgt ziekteverzuim.
Vicieuze cirkel
Tijdens het verzuim lijkt er rust te komen, maar onder de oppervlakte bouwt de druk zich opnieuw op, omdat de situatie zelf niet werkelijk verandert. Wanneer zij terugkeert naar haar werk, keert zij ook terug naar dezelfde dynamiek. Onvrede wordt opnieuw ingeslikt en de spanning stapelt zich verder op in haar lichaam.
Zo ontstaat een vicieuze cirkel die jaren kan duren. Werken, aanpassen, uitvallen, herstellen en opnieuw beginnen. Op papier lijkt het een individueel probleem, terwijl het in werkelijkheid vaak een relationele dynamiek is die onbesproken blijft.
Binnen organisaties verschuift de focus in zo’n situatie meestal naar belastbaarheid, werkdruk en inzetbaarheid. Begrijpelijk, want dat zijn meetbare factoren. Maar onder die laag speelt iets wezenlijks. Wanneer iemand zich herhaaldelijk niet gezien voelt, raakt dat het relationele veld én het zenuwstelsel. Als gesprekken langs de kern blijven bewegen, bouwt spanning zich verder op in het lichaam.
Mijn cliënt voelde die spanning feilloos. Haar lichaam wist precies wanneer het misging. Wat ontbrak, waren de juiste woorden. Woorden voor haar grens. Woorden voor de frustratie die eigenlijk zei, dit klopt niet voor mij. Woorden om te benoemen wat er relationeel gebeurde.
Alexithymie
Veel mensen zijn niet ongevoelig. Ze hebben alleen nooit geleerd hun innerlijke beleving precies te verwoorden. Wanneer spanning geen taal krijgt, wordt het moeilijk om verantwoordelijkheid te nemen in contact. In de psychologie bestaat daar een term voor, alexithymie, moeite hebben om innerlijke beleving onder woorden te brengen. Maar belangrijker dan het label is de herkenning. Het gaat over emotionele woordenschat.
Zonder woorden blijft spanning intern en wat intern blijft, zoekt vroeg of laat een uitweg. Vermoeidheid wordt de grens en ziekte het stopbord.
Wat van buiten weerstand lijkt, blijkt van binnen vaak zelfbescherming.
Autonomie vraagt iets anders. Het betekent dat je kunt waarnemen wat er in je lichaam gebeurt, daar woorden aan kunt geven en vanuit die helderheid verantwoordelijkheid neemt voor je grens en je behoefte.
Wanneer die taal ontbreekt, sturen we op gedrag terwijl het lichaam al in bescherming staat. We vragen om eigenaarschap terwijl iemand intern worstelt om zijn grens überhaupt te herkennen.
Echte autonomie ontstaat niet door druk te verhogen, maar door taal te ontwikkelen. Door mensen te leren voelen, benoemen en begrenzen.
Dat vraagt moed van professionals.
En volwassen leiderschap van organisaties.
De vraag is niet of er weerstand is.
De vraag is of we bereid zijn te luisteren naar wat nog geen woorden kreeg.
Ziekteverzuim ontstaat zelden van de ene op de andere dag. Het bouwt zich op in stilte. In ingeslikte grenzen. In spanning die geen woorden krijgt.
Wat van buiten weerstand lijkt, kan van binnen ontregeling zijn. Wie dat leert herkennen, voorkomt dat medewerkers jarenlang in dezelfde vicieuze cirkel blijven bewegen.
Wanneer mensen leren voelen wat er in hun lichaam gebeurt en daar taal aan geven, verandert er iets fundamenteels. Dan wordt uitval geen noodrem, maar een vroeg signaal dat serieus genomen kan worden.
Ik ondersteun organisaties die duurzame inzetbaarheid niet alleen willen meten, maar werkelijk willen versterken. Via trainingen in emotionele autonomie en via een spreekuur voor medewerkers die vastlopen zonder precies te begrijpen wat er in hen gebeurt.
Preventie begint bij taal.
Organisaties die vooroplopen, investeren niet alleen in processen, maar in emotionele volwassenheid. De stap van denken naar voelen is daarin geen luxe, maar een strategische keuze.
Durft jullie organisatie deze innovatie aan?
Reactie plaatsen
Reacties
Mooie uitleg over alexithymie op de werkvloer!