Je lichaam weet vaak eerder dat het niet goed gaat dan jij
Hoe gaat het? Goed hoor, druk.
Het is een van de meest gevoerde gesprekken op de Nederlandse werkvloer.
Je komt binnen, haalt koffie en iemand vraagt hoe het gaat. “Goed hoor, druk.” De ander knikt begrijpend, want die heeft het natuurlijk óók druk. Daarna hebben we het nog even over het weer, de file of het weekend en gaan we verder met waar we gebleven waren.
Stel je eens voor dat iemand bij de koffie zegt dat hij al drie weken slecht slaapt, iedere zondagavond buikpijn krijgt en zijn schouders omhoog voelt schieten zodra er weer een melding van Teams binnenkomt.
Dan wordt het toch een ander kopje koffie.
Terwijl juist dát veel meer zegt over hoe het werkelijk met iemand gaat. Op het werk praten we gemakkelijk over wat we vinden. Vertellen wat er vanbinnen gebeurt, blijkt vaak een stuk ingewikkelder. Daar mogen we best eerder aandacht voor hebben, liefst vóórdat het lichaam zelf besluit dat het genoeg is geweest.
Niet ieder kopje koffie hoeft een therapiesessie te worden
Meer ruimte voor gevoel op het werk betekent voor mij niet dat we bij ieder kopje koffie onze complete binnenwereld met elkaar moeten bespreken.
Soms weet je heel goed wat er speelt en wil je dat gewoon voor jezelf houden. Dat is een grens.
Andersom mag die grens er net zo goed zijn. Je wilde alleen even koffie halen en voor je het weet sta je te luisteren naar een verhaal waar je op dat moment geen ruimte voor hebt. Je koffie is koud, je volgende afspraak begint over drie minuten en de ander is pas bij dinsdag aangekomen.
Aandacht hebben voor elkaar betekent dat we er voor elkaar kunnen zijn en dat we ook mogen voelen wanneer we zelf geen ruimte hebben voor het verhaal van een ander.
Daarom vind ik het zo interessant om te kijken naar wat er gebeurt vóórdat iemand zijn verhaal kan vertellen. Soms is er namelijk wel degelijk iets aan de hand, terwijl de woorden er nog niet zijn.
Wanneer je lichaam wel reageert, maar de woorden niet meekomen
Hier komt alexithymie om de hoek kijken.
Alexithymie betekent vrij vertaald geen woorden voor gevoelens. Het is een persoonlijkheidskenmerk en geen psychische stoornis. Mensen met alexithymie hebben vaak moeite om te herkennen wat ze voelen, om gevoelens te onderscheiden van lichamelijke sensaties en om onder woorden te brengen wat er in hen omgaat. Ook een meer naar buiten gerichte manier van denken hoort erbij.
Dat betekent niet dat er vanbinnen weinig gebeurt. Er kan juist van alles spelen.
Op de werkvloer wacht een gesprek niet totdat iemand zijn binnenwereld heeft uitgeplozen. Stel dat een leidinggevende een medewerker aanspreekt op iets wat is gebeurd. Het gesprek begint rustig, maar onderweg loopt de spanning op. De ademhaling verandert, spieren spannen zich aan en er ontstaat onrust. Voor iemand met alexithymie kan het op dat moment lastig zijn om te herkennen wat er precies gebeurt en daar passende woorden voor te vinden.
Ondertussen gaat het gesprek gewoon door. Er wordt een vraag gesteld, dus komt er een antwoord. Dat antwoord klinkt korter dan bedoeld, de woorden sluiten niet goed aan bij wat iemand eigenlijk wil zeggen of de reactie komt harder en afstandelijker over dan de bedoeling was.
De ander reageert op dát antwoord en de spanning loopt verder op.
Ook mensen zonder alexithymie raken onder hoge spanning weleens hun woorden kwijt. Dat maakt van hen nog geen mensen met alexithymie. Alexithymie is een breder persoonlijkheidskenmerk dat in verschillende mate aanwezig kan zijn. Aan de buitenkant kan de communicatie er alleen verrassend hetzelfde uitzien.
Van een appel naar een peer
Stel dat het gesprek begon bij een appel.
Tijdens het gesprek ontstaat spanning. Iemand kan niet goed plaatsen wat er vanbinnen gebeurt en heeft daar op dat moment geen woorden voor. Het antwoord komt onhandig over en de ander reageert daarop, waardoor de spanning verder toeneemt.
Voor je het weet hebben we het niet meer over de appel waarmee het gesprek begon. We zijn bij een peer beland.
En vervolgens krijgen twee mensen ruzie over die peer.
Achteraf kijken we vooral naar wat iemand heeft gezegd of gedaan. Een medewerker luistert niet, ontwijkt, stelt zich defensief op of komt weinig empathisch over. Terwijl iemand die weinig empathisch overkomt niet automatisch weinig empathie heeft. Soms is het gesprek gewoon sneller gegaan dan de woorden konden volgen.
Daarom helpt het vaak om terug te gaan naar de appel in plaats van nóg harder over de peer te praten.
Waar begon dit gesprek eigenlijk en op welk moment veranderde er iets?
Je lichaam was al eerder aan het woord
Het lichaam wacht niet netjes totdat wij begrijpen wat er aan de hand is. Je slaapt slechter, bent sneller geïrriteerd, hebt moeite met concentreren of voelt je aan het einde van de werkdag uitgeput zonder precies te weten waarom.
Natuurlijk zegt niet ieder lichamelijk signaal iets over emoties of werkdruk. Soms heb je gewoon beroerd geslapen of staat je bureaustoel verkeerd.
Toch zijn we ontzettend goed geworden in doorgaan. Het lichaam stuurt een bericht en wij behandelen het ongeveer zoals een nieuwsbrief van een webshop waar we ooit één paar sokken hebben besteld.
Ongelezen.
Nog een kop koffie, even doorwerken en vanavond echt vroeg naar bed. Nadat we nog heel even op onze telefoon hebben gekeken natuurlijk.
Gelukkig besteden steeds meer organisaties aandacht aan vitaliteit. Er zijn vitaliteitsweken, apps en natuurlijk de bijna onmisbare fruitmand. Die arme appel heeft inmiddels een behoorlijke verantwoordelijkheid gekregen voor het welzijn van werkend Nederland.
Ik ben vóór die appel, alleen red je het daar niet mee.
De Menselijke APK als modern spreekuur
Veel organisaties hebben goede procedures voor het moment waarop iemand ziek wordt. Dan komen er gesprekken, begeleiding, verzuimprocedures en re-integratie. Allemaal belangrijk, al gaan we vaak pas echt goed kijken wanneer iemand al is uitgevallen.
Een auto brengen we ook voor controle weg. We wachten liever niet totdat de accu zo leeg is dat hij op maandagochtend niet meer start.
Bij mensen zijn we daar soms iets avontuurlijker in.
Daarom zie ik de Menselijke APK als een modern spreekuur voor medewerkers. Een laagdrempelige plek binnen de organisatie waar iemand even terechtkan wanneer er iets schuurt, spanning zich opstapelt of het lichaam allang reageert terwijl de woorden nog onderweg zijn.
Er hoeft geen keurige hulpvraag klaar te liggen. Iemand mag binnenkomen met de woorden “geen idee wat er aan de hand is, ik merk alleen dat er iets zit” en daar kan een gesprek beginnen.
Door even te vertragen ontstaat ruimte om te onderzoeken wat het lichaam aangeeft. Soms moet eerst de spanning zakken voordat er woorden komen. Soms wordt tijdens het gesprek duidelijk wat er speelde en kan iemand zelf weer verder. Soms blijkt dat er meer ondersteuning nodig is en wordt dat een stuk eerder zichtbaar.
En soms wil iemand gewoon tien minuten ventileren, zodat de collega bij de koffieautomaat zijn koffie deze keer wél warm kan opdrinken.
Een leidinggevende hoeft daarvoor geen therapeut te worden en collega’s hoeven niet verantwoordelijk te zijn voor elkaars complete binnenwereld. Wat we mensen wel kunnen leren, is eerder herkennen wat er in hun eigen systeem gebeurt. Wanneer loopt de spanning op? Welke signalen geeft mijn lichaam? Wat gebeurt er met mijn communicatie? Lukt het me nog om te zeggen wat ik eigenlijk bedoel?
Daar zit voor mij een belangrijk deel van preventie.
Duurzame inzetbaarheid begint waarschijnlijk veel eerder dan we denken, namelijk op het moment dat iemand bij zichzelf merkt dat er iets gebeurt, ook als daar nog geen woorden voor zijn.
Benieuwd hoe een Menselijke APK er binnen jouw organisatie uit kan zien? Stuur me een bericht met het woord APK en dan kijken we samen wat past.
Reactie plaatsen
Reacties